dinsdag 1 november 2016

Hoogtepunt van de Hoge Kust, Västernorrland

De Slåttdalsskrevan in vol ornaat
Twee uur om er te komen, 200 meter lang, 40 meter diep, dat is de Slåttdalsskrevan, op 162 meter hoogte. Het is het hoogtepunt (ook letterlijk) van het Skuleskogens Nationalpark in Västernorrland, Zweden. De regio is beroemd vanwege de Hoge Kust, de almaar stijgende kuststrook aan de Botnische golf. Erfenisje van de ijstijd, waar we nog altijd plezier van hebben. Wie dit deel van Zweden bezoekt (zo'n 500 km boven Stockholm) mag dit pareltje niet overslaan. Trek je wandelschoenen aan, doe je rugzak op en ga mee op ons 'dagje Skuleskogen' en ontdek zo de Hoge Kust

Bovenwindse elanden

Traag natuurschoon

Dat je er wat voor over moet hebben om bij de beroemde kloof te komen weten we. Maar eerlijk is eerlijk, dat we er twee uur over zouden doen, dat hadden we niet verwacht. De ondergrond van boomwortels en keien maakt dat je niet erg opschiet. En al is het hoogteverschil maar ruim 120 meter, ook dat vertraagt het tempo. Die 5 km per uur kun je hier gerust op je buik schrijven. Dus gebruik die tijd om om je heen te kijken en te genieten van al het moois dat dit Nationale Park te bieden heeft. Dat het hier fijn is, weten ook de twee elanden die we na krap 20 minuten lopen in de verte zien. Het blijft een wonderbaarlijke ervaring om die merkwaardige slungels in levende lijve tegen te komen, zeker als je zelf wandelt. Normaal gesproken hebben ze je al lang gehoord of geroken voordat je ze ziet. Maar we lopen dit keer tegen de wind in en hebben dus geluk.

Niet echt een strand om je handdoek op uit te spreiden

Landstijging

Dit stuk Zweden werd in de laatste ijstijd bedekt door een dikke laag ijs. Die was zwaar en drukte het land neer, tot onder de zeespiegel. Toen het ijs begon te smelten, kwam het weer omhoog. In totaal is het land de afgelopen 13.000 jaar bijna 300 meter omhoog gekomen. En nog ieder jaar komt daar een kleine centimeter bij. Een duidelijk spoor van die landstijging zijn de keienvelden. De gletsjers hebben eerst een massa stenen en rotsen opgestuwd. Toen het ijs ging smelten nam het smeltwater ze mee naar zee. Zo kwam een massa min of meer afgeronde keien op de kustlijn terecht. Maar die kust steeg weer en kwam steeds verder landinwaarts te liggen. Vandaag passeren we meerdere van die velden. Het hoogst gevonden keienstrand ligt inmiddels op 282 meter, boven op de Skuleberg.

De kuststrook met daarachter de zee

Uitzicht op zee

Na een prachtige tocht van twee uur lopen en klimmen, bereiken we dan de kloof der kloven. Hij is indrukwekkend, zeker als je 'm afzet tegen de menselijke maat. We zien een jong gezinnetje aan de andere kant uit de kloof klimmen; Lego-poppetjes in een groots decor. We wandelen naar de andere kant en komen dan al snel op een uitzichtpunt. Met een fantastisch uitzicht op de kuststrook en de zee eten we onze broodjes en komen op adem, in de wetenschap dat we hierna alleen nog maar hoeven af te dalen en kunnen genieten van de nabijheid van de zee!


Natuurlijke verfrissing

Water genoeg

Bergafwaarts loopt het net iets sneller, al nemen we ook nu weer regelmatig de tijd om rond te kijken en te genieten van al dat groens dat de berghelling zijn kleur geeft. Er komen een aantal waterstroompjes naar beneden, de een nog sierlijker dan de ander. Een goede voedingsbodem voor varens en andere waterminnende planten. En verfrissend voor de vermoeide wandelaar! Eenmaal beneden aangekomen wacht ons een lichtere taak: nog zo'n 6 km terug wandelen langs het pad dat min of meer gelijk op gaat met de kust. Geen hoogteverschillen, gewoon lekker doorstappen en pauzeren bij vissershutjes aan zee, met kleine steigers waar de Botnische Golf letterlijk aan je voeten ligt.

Genoeg reden om tevreden onze wandeling af te sluiten met een kort bezoekje aan het nabijgelegen Naturum, het informatiecentrum van het Nationale Park, in Docksta. Daar krijg je niet alleen uitleg over het verschijnsel landstijging, maar serveren ze ook koffie met heerlijke chocoladetaart! Een aanrader, ook als je niet van wandelen houdt!

Dit is wandeling 5 uit Wandelen in Västernorrland, een gids met 21 rondwandelingen in deze Zweedse regio. De provincie Västernorrland omvat de regio's Medelpad en het zuidelijk deel van Ångermanland, inclusief de Hoge Kust.
Kijk op www.onedaywalks.com voor meer informatie. Daar vind je ook de routebeschrijving van een andere wandeling uit de gids. 

donderdag 8 september 2016

Ammarnäs: wandelen door de bergen van zuidelijk Lapland

Eindeloos genieten
Ammarnäs in het zuid-westelijke deel van Zweeds Lapland is de perfecte uitvalsbasis voor wie te voet de pracht van het land van de Sami en hun rendieren wil leren kennen. Je vindt er dagwandelingen van verschillende afstanden, maar kunt er ook beginnen aan een trektocht op de Kungsleden, het beroemde langeafstandspad door Lapland. In alle gevallen zal je verrast worden door de overweldigende grootsheid, ruimte, stilte en uitzichten. En als je er eenmaal geweest bent, wil je terug. De plannen voor 2017 zijn gemaakt!



Groen tot boven de boomgrens
Overal groen
De tocht naar Ammarnäs is al een cadeau op zichzelf. Vanaf het kleine vliegveld in Lycksele volgen we de rivier Vindelälven in westelijke richting. In deze soms snel stromende rivier is nergens een waterkrachtcentrale gebouwd, zoals wel is gebeurd op zoveel andere plaatsen in Zweden. Daardoor heeft de rivier zijn natuurlijke schoon- en snelheid behouden. De omliggende bergtoppen worden hoger naarmate we westelijker komen. Groen en glooiend lijken ze op het eerste oog best begaanbaar. De hoogste toppen reiken hier tot iets boven de 1.000 meter.
Onstuimig verfrissend
Afwisselend
Oogt de rivier in het begin lieflijk en rustig, met op meerdere plaatsen heerlijke plaatsen om te pauzeren, naarmate we westelijk komen, wordt hij steeds 'wilder'. Het verval wordt groter en op sommige plaatsen stort het water zich ruisend naar beneden, een flinke nevel verspreidend. Niet iets om je als ongeoefende kanoër in te storten. Wat wildwater-rafting ervaring is welkom. Wij richten onze blikken naar boven, waar de fjäll - het landschap boven de boomgrens - op ons ligt te wachten. De wandelschoenen trekken we aan, de rugzakken gaan achterop en lopen maar!

De rode loper

De herfst is rood
Leken de hellingen vanaf beneden een groen, glooiend tapijt, hogerop kunnen we de kleurnuances van dichtbij bekijken. Dan merk je dat de herfst inmiddels toch echt in aantocht is. De hoogst groeiende berken hebben al gele bladeren en de bessenstruiken tooien zich met een betoverende rode pracht, die zich voor ons uitstrekt als een tapijt. Dat geeft nog eens kleur aan het leven! En hoewel de lucht begint te bewolken, kunnen we nog steeds ver om eens heen kijken. Nergens een mens te bekennen, wat een ruimte en wat een stilte. Alleen een rendier in de bosrand die ons aandachtig bekijkt.

Vol in de vacht en goed gevuld voor de winter
Sami-cultuur
In de cultuur van de Sami, de oorspronkelijke bewoners van Lapland die leven van het houden van hun rendieren, spelen tradities en de natuur een grote rol. Het imposante landschap van zuidelijk Lapland nodigt beslist uit tot mijmeringen en overpeinzingen. Ongetwijfeld ga je hier - als je je leven doorbrengt in deze uitgestrekte en afgelegen wildernis - anders tegen het leven aan kijken. Druk, druk, druk lijkt hier heel ver weg. Allicht gaat spiritualiteit een grotere rol spelen en leef je meer afgestemd op het ritme van de seizoenen, in harmonie met moeder natuur.

Verdwalen is lastig
Kungsleden
We hebben maar twee dagen om te kunnen genieten van al dit moois. We maken een fantastische wandeling door de bergen en lopen zo zelfs een klein stukje van de Kungsleden. Het Koningspad is zo'n 425 kilometer lang en loopt van Abisko in het noorden naar Hemavan in het zuiden. Van Ammarnäs naar Hemavan kun je in een dag of zes lopen en onderweg overnachten in de hutten die langs de route staan. Zullen we een weekje bijboeken en ....??

Dat zit er nu niet in, maar we zijn zo onder de indruk van het landschap dat we ter plekke 'besluiten' dat we die zesdaagse tocht in september 2017 gaan maken. Nu is het de kunst om dat goede voornemen vast te houden. Als dat lukt, lees je er hier volgend jaar meer over!








maandag 25 juli 2016

Eilandwandeling in Dalarna, midden-Zweden


Waar kun je de weidsheid van het Siljan, het grote centrale meer in de Zweedse provincie Dalarna, beter ervaren dan op een eiland. Hoewel het niet ver van de kust ligt en je er min of meer ongemerkt op rijdt, biedt het je wel de mogelijkheid om vanaf de oevers kilometers ver te kijken. Daarnaast is er op het eiland genoeg te zien en doen om je een dagje te vermaken. We gaan op pad voor een wandeling van ruim 13 km langs de oevers van het eiland Sollerön, niet ver vanaf het stadje Mora.

Met slechts 20,5 km2 is het eiland niet groot. Er wonen zo’n 1.300 mensen, waarvan ruim 1.000 in het dorp Sollerön, midden op het eiland. Daar beginnen we bij de kerk aan het dorpsplein onze tocht, nadat we broodjes hebben gekocht bij de plaatselijke supermarkt. Want het is hier zo rustig dat we niet verwachten een restaurant of café tegen te komen. Al snel wandelen we tussen oude huizen en boerderijen het dorp uit. We volgen ruim 1,5 km een stille landweg en genieten van de glooiende weides en hun bewoners en bewonderen de kleurrijke tuinen en bermen.


Kleurexplosie
Overal waar je kijkt zie je wilde lupines, variërend van paars tot roze en wit. Door de overmatige aanwezigheid van deze planten in de bermen van de weg ben je al snel geneigd te denken dat het inheemse planten zijn, maar dat is dus niet het geval. De plant is in de 19de eeuw ingevoerd in Europa vanuit Noord-Amerika en daarna snel verwilderd. Blijkbaar vindt hij/zij het hier in Zweden wel heel erg fijn, wat ze schieten in de zomer vrijwel overal op. Ze matchen in ieder geval fantastisch met de rode huizen en schuren. Zo’n Zweeds decor willen we thuis in onze tuin ook wel!

Dan komen we bij de oever van het Siljan en zien we hoe groot het meer is als je aan de oever staat. In een kleine inham liggen twee bootje die volgens ons niet echt ‘zeewaardig’ zijn voor deze enorme waterplas, zeker niet als het weer minder lieflijk is als vandaag. Maar goed, dat is niet ons probleem, wij gaan verder met onze route en volgen vanaf hier het met okergele verf gemarkeerde wandelpad langs de oever, zo’n 7 km lang.

Kinky
Er gebeuren spannende dingen op Sollerön. Althans, als we de slecht vertaalde mededelingen bij het strandje Bäcksta moeten geloven. Bij dit fraai gelegen zwemparadijsje zijn wat summiere voorzieningen aangelegd, zoals een zwemsteiger en een verkleedhokje. Het wordt beheerd door de bewoners van het gehuchtje Bråmåbo, die duidelijk trots zijn op hun eiland en zwemplek. En terecht, want het is hier heerlijk toeven, met een fantastisch uitzicht over het grote meer. In wervende woorden staat in meerdere talen beschreven wat er hier te beleven valt: zwemmen, zeevogels spotten, vissen. Maar de ongelukkige vertaling (Google translate?) suggereert meer: ‘bijpraten over een kopje koffie of gemeenschap bij de barbecue’. Kinky types, die Zweden.

Terug onder de mensen
Na bijna twee uur volmaakte stilte, inclusief een pauze om pootje te baden op onze 'eigen' zwemsteiger, keren we terug onder de mensen. Na alle omgeknaagde beverbomen en eindeloze rijen berken, rotsen en inhammetjes, krijgen we zicht op de strekdam bij het gehuchtje Bengtsarvet. Het nieuwe boothuis glimt nog van de verse laag rode verf. Hier kunnen wat grotere schepen aanleggen, al zijn dat waarschijnlijk ook hoofdzakelijk boten en zeiljachten van de eilandbewoners. We verlaten hier het kustpad en draaien landinwaarts. We wandelen al snel het gehuchtje uit en zien verrassend veel loofbomen, waaronder kastanjes, esdoorns en ook fruitbomen. Die zijn meestal niet tegen de Zweedse winters bestemd, maar kennelijk redden ze het hier dus wel, wellicht doordat het hier net iets minder koud wordt door de nabijheid van het open water. Vandaag is het dik 20plus en al helemaal niet koud. Het verkoelende windje over het water is erg welkom. 

Het ouderwetse Zweden
Onze volgende bestemming: de Hembygdsgård van Sollerön, een mini-openluchtmuseum midden op het eiland. Daar zijn niet alleen mooie oude houten huizen die hier liefdevol zijn gerestaureerd te bewonderen, maar is ook een originele kerkboot te vinden. Niet voor niets bestaat het wapen van het eiland uit een blauw schild met een grote kerkboot, beschenen door de goudkleurige zon. De oude boot staat keurig overdekt opgeborgen, een replica kan door klein en groot ‘geprobeerd’ worden. In vroeger tijden gingen de bewoners van het eiland met dit soort boten naar het vasteland om de kerk te bezoeken. Op sommige plaatsen, zoals het verderop gelegen Rättvik, wordt deze kerkgang in het hoogseizoen nog ‘nagespeeld’, voor toeristen. Compleet met kostuums en bijbehorende folklore arriveren de boten daar bij de grote kerk. Dat zijn veelal nagebouwde boten, maar hier hebben ze dus nog een ‘echte’. 

Op ons gemak wandelen we terug naar het startpunt van onze route. Niet heel moe, zeer voldaan en nog niet zat van het Siljan. Gelukkig zijn er tal van mogelijkheden om ons 'eiland-gevoel' nog even vast te houden. Een tochtje per boot, een plons in het water, of gewoon een drankje en een ijsje  op het terras van het restaurant met de toepasselijke naam 'Strand'. Wij zitten hier goed!

Dit is wandeling 13 uit Wandelen in Dalarna, een gids met 21 rondwandelingen in deze Zweedse provincie. Kijk op www.wandelenindalarna.nl voor meer informatie. Daar vind je ook de routebeschrijving van een andere wandeling uit deze gids.


Dit blog is een bewerking van een artikel dat eerder verscheen in Nordic Magazine.

vrijdag 1 juli 2016

Hälsingland, Zweden: wandelen langs werelderfgoed boerderijen en een vogelreservaat

Erik-Anders Gård vanuit de tuin gezien
Rust en ruimte genoeg in Zweden, zeker naarmate je noordelijker komt. Dus waarom zou je dan aan weerszijden van de snelweg E4 gaan lopen? Omdat je alleen op die manier een van de Hälsinglandse herenboerderijen van de UNESCO Werelderfgoedlijst kunt verbinden met het belangrijkste vogelreservaat van de regio. En qua drukte op die snelweg valt het gelukkig ook wel mee; het blijft tenslotte Zweden. En zo'n 200 verschillende soorten vogels hebben er ook niet echt moeite mee. Natuur en cultuur langs de snelweg.


In de 19de eeuw ging het economisch goed in Hälsingland. Zo goed, dat er flink geld werd verdiend door de boeren. Van oudsher kende deze streek geen adel waaraan belastingen moesten worden betaald. De boeren waren eigen baas en grootgrondbezitters en konden het geld in eigen zak steken. Dat deden ze niet, het raakte in zwang om het huis op de boerderij, vaak een complex van huis, bijgebouwen en schuren, te vergroten en verfraaien. Het was een manier om de welvaart en goede smaak te tonen aan familie, vrienden en buren.

Aanschuiven maar!
Art nouveau
Niet alleen van buiten werden die herenboerderijen steeds groter en mooier, maar ook van binnen werd alles uit de kast gehaald om de boel te verfraaien. Schilders werden aangetrokken om het interieur te voorzien van de meest uiteenlopende motieven en schilderingen. Op de bovenverdieping waren de meest bijzondere kamers te vinden, die werden gebruikt voor memorabele momenten, zoals een bruiloft, een begrafenis. Meestal waren ze dus niet in gebruik en waarschijnlijk is dat ook de verklaring waarom een aantal van die versieringen zo goed bewaard is gebleven. In 2007 werden zeven van deze rijk gedecoreerde boerderijen door UNESCO op de Werelderfgoedlijst geplaatst, onder de naam 'Hälsingegården'.
Vandaag starten we onze wandeling bij de Erik-Anders Gård, niet ver van Söderhamn. In de zonnige tuin genieten we van een kop koffie. Binnen bekijken we de met de hand aangebrachte, deels gerestaureerde versieringen, veelal in art nouveau-stijl. Sommige kamers zijn deels ingericht, waardoor het lijkt alsof er gisteren nog gedineerd is.

De natuur in!
Maar we zijn hier niet voor een museum gids, er moet ook gewandeld kunnen worden. We willen naar het Ålsjön natuurreservaat, een meertje met rietlanden en eilandjes waar meer dan 200 soorten vogels zijn gesignaleerd. Dat ligt een paar kilometer verderop en daarvoor moeten we de snelweg kruisen. Daar hebben ze hier een creatieve oplossing voor gevonden! Er ligt een smalle tunnel onder de weg waarmee het water uit het meer wegstroomt naar de volgende plas. Met vlonders is een drijvend wandelpad gecreëerd, onder de E4 door.

Ålsjön natuurreservaat
Vogels en vertrouwen
Aan de andere kant ligt een gras- en veenachtig gebied. Behalve wat voorbijrazende auto's overheerst vooral het gekrijs van een groepje meeuwen dat zich op een van de eilandjes heeft gevestigd. We volgen het smalle wandelpad, dat verderop weg buigt van de snelweg en door de bosrand min of meer de oever van het vogelreservaat volgt. Halverwege staat een uitzichttoren. Op de 2e verdieping is in de hut niet alleen een kacheltje maar ook een compleet arsenaal aan vogelboeken te vinden. Wat een gastvrijheid en vertrouwen in de mensheid! In ons eigen landje zou dit waarschijnlijk direct gejat worden.

Geen idee wat dit voor vogel is!
Wat is dat?
Na de toren trekken we verder rond het meertje. Aan de andere kant ligt een rustige asfaltweg, waarlangs een paar fraai gelegen huizen - met uitzicht op het meer - liggen. We vergapen ons aan de tuinen en huizen en lopen zo ongemerkt een paar kilometer terug richting de E4. Daar gaan we opnieuw een smal pad op, dat al snel overgaat in een vlonder. En wonderlijk genoeg lijken zich vandaag precies op dat stuk - vlak bij de E4 - de meeste vogels op te houden. We zien allerlei vogels en vogeltjes, waarvan we er maar een paar herkennen: kieviten, meeuwen, eenden en een gans en plevier-achtige vogeltjes. Druk krijsend, snaterend, spatterend en nauwelijks verschrikt door onze aanwezigheid.

Bloemen graag!
Via vlonders en een bruggetje keren we terug naar onze 'geheime' doorgang onder de snelweg door. Een paar honderd meter langs een landweg en dan via de rand van een gemaaid veld terug, richting de Erik-Anders Gård die we in de verte al zien liggen.
Er is maar één klein minpuntje te verzinnen en dat is de boer die net het veld heeft afgemaaid. Veldbloemen geven de Zweedse zomer nog meer kleur en sfeer, en die zijn zojuist verdwenen in een paar hooibalen!


Gelukkig kan ik dan mijn hart  nog even ophalen in de tuin van het werelderfgoed. Daar zijn de terrasstoelen al naar binnen en is het stil. Naast de veldbloemen is er een keur aan bloeiers aangeplant waar we nu in alle rust van kunnen genieten. Lelies, margrieten, campanula. En één van mijn all time favorites: pioenrozen! Uitbundig bloeiend en fier overeind, want er is al dagen geen drup regen gevallen.

Dik tevreden met deze 10 km wandeling rijden we terug naar Söderhamn, op zoek naar een plekje op een zonnig terras. Vi älskar Sverige!

Dit wordt wandeling 7 uit de gids Wandelen in Midden-Zweden. Hälsingland, Gästerikland & Västmanland. Als alles volgens plan verloopt, verschijnt die in januari 2017. Kijk t.z.t. op www.onedaywalks.com voor meer informatie.






donderdag 9 juni 2016

Cross the river twice, the old fashioned way: Wandelen in Dartmoor (Devon)

Ja, wij willen ook een eigen foto
Het is met afstand de beroemdste oude brug van zuidwest Engeland. De 13e eeuwse clapperbridge in het gehuchtje dat zijn naam aan de brug te danken heeft: 'Postbridge', midden in het nationale park Dartmoor. Een clapperbridge bestaat uit grote rotsplaten, geplaatst op rotsen die op de rivierbodem zijn gestapeld. Zo kon men met beladen paarden de rivier zonder veel problemen over steken. Wij bezoeken 'm vandaag, op pad voor wandeling 18 uit Wandelen in Devon. En ja, ook wij willen 'm op de foto vastleggen. Maar dat lukt nauwelijks met al die bezoekers....

Eigenlijk ligt 'ie bijna naast de weg, die beroemde brug. En je rijdt er - als je even niet oplet - zo voorbij. Wij niet, want we parkeren onze auto bij het kleine Dartmoor Information Center in Postbridge, waar hij de komende vijf uur zal blijven staan. Zo'n 50 meter verderop ligt de beroemde brug, een van de meest gefotografeerde objecten in het graafschap Devon. De wetenschap dat hij zo oud is en dat de bovenplaten nog steeds de originele rotsen uit de 13e eeuw zijn maakt toch indruk.

Bellever Tor
Pannenkoeken
We gaan op pad voor een 15,7 km lange tocht die ons even door het bos voert, maar dan al snel op de 'moors' brengt. Die zijn hier bezaaid met 'tors', geërodeerde rotspunten die boven het landschap uitsteken, in de meest wonderlijke vormen. Bellever Tor oogt als een stapel pannenkoeken, maar dan van keihard graniet. Het levert een wonderlijk, groen en glooiend landschap op, bezaaid met stenen uitstulpingen waar je behalve omheen lopen ook op kan klimmen en klauteren, om je blikveld nog wat te verbreden.

Wat is het?
Kleur
Rondom die Tors groeit en bloeit ook weer van alles, voor zover het niet vertrapt is door klauterende kinderen en hun lichtelijk vermoeid ogende ouders die voor ons net even de Tor hebben 'gedaan'. De schade valt mee, we zien nog heel wat bloeiers die knap afsteken tegen het grijze graniet, zoals een geel netelachtig plantje. Geen idee want het is, maar het matcht goed met het geel van de bremstruiken die in dit jaargetijde (eind mei) ook hun gele gloed nog hebben.

Jong grut
Wildfotografie (not)
De wild ponies van Dartmoor zijn helemaal niet zo wild als hun benaming wil doen geloven. Ze grazen rustig om de Tors heen en kijken nauwelijks op als er twee lange mannen met rugzakjes stoppen en een fototoestel te voorschijn halen. Ze lijken redelijk gewend aan dit soort aandacht en zelfs de merries met veulens lijken zich weinig van ons aan te trekken. Het kersverse nageslacht van dit voorjaar kunnen we zonder problemen vastleggen.
Dan wordt het hoogtijd voor het serieuze wandelwerk want we hebben nog wel wat kilometers voor de boeg. We slingeren door het open land, waar af en toe nauwelijks een pad zichtbaar is. Het is heerlijk rustig, want we zijn veraf geraakt van de 'attractie' clapperbridge en de meeste teenslippertoeristen wagen zich niet zo ver weg van de auto. Dat geluksgevoel duurt wel zo'n 1,5 uur, tot we uitkomen bij een weg, een brug over de rivier Dart en jawel, een restaurant. Het terras lokt, maar de drukte schrikt ons af en we marcheren snel verder. Wij doen wel een pauze op een boomstam!

Bruisend en koud!
Waterpracht
Via de eerder genoemde brug - een hele gewone -  zijn we aan de overzijde van de rivier Dart gekomen. Die is als naamgever van het nationale park (Dartmoor) verrassend smal. Het kristalheldere water slingert behendig tussen rotsen en stenen door met een flinke vaart. Het lijkt erg aanlokkelijk om de schoenen even uit te doen en de voeten te koelen, maar 1 vinger in het ijskoude water is genoeg om ons onmiddellijk te doen afzien van dat plan. Het voorjaar heeft het winterkoude water nog niet erg opgewarmd. Nog een paar maanden wachten!

Stap voor stap

Surprise!
We volgen de loop van de smalle rivier geruime tijd, tot zich nog een bijzonder fraaie verrassing aandient. De route blijkt de rivier nogmaals over te steken, maar nu via een serie stapstenen. Die zien er ook niet uit alsof ze gisteren zijn neergelegd, maar zijn kennelijk minder bezienswaardig ('te ver lopen') voor de meeste toeristen dan de clapperbridge die naast de weg ligt. We stappen van steen naar steen en bereiken met droge voeten de overkant. Het liefst zou ik nog drie keer heen en weer gaan, maar er moet toch nog zo'n 4 km afgelegd worden. Dus voort maar weer!

We wandelen op de rand van bos en moors terug richting Postbridge, met op de achtergrond het zachte ruisen van de rivier, die hier nergens ver weg is. Voldaan en een beetje rozig van het zonnetje komen we terug bij onze auto. De meeste toeristen zijn weg, we hebben de clapperbridge voor ons zelf. Eindelijk het ideale fotomoment!

Dit is wandeling 18 uit de Wandelen in Devon, een gids met 20 rondwandelingen in het graafschap Devon, zuidwest Engeland. Kijk op www.wandelenindevon.nl voor meer informatie. Daar vind je ook de routebeschrijving van een andere tocht uit deze gids.
   

maandag 11 april 2016

Kritinia: wandelen op ‘rustig-Rhodos’

Hoe zuidelijker je komt, hoe rustiger het wordt. Die constatering geldt ook vandaag weer op Rhodos, als we op weg zijn naar Kritinia, voor het herlopen van één van onze wandelingen uit de gids Wandelen op Rhodos. Kritinia is een stil dorp aan de zuidwest kant van het eiland, met prachtige valleien voor de deur die doorlopen tot aan zee. Plus de ruïne van een Johanietter burcht, met fabelachtig uitzicht. Genoeg moois om de wandelschoenen aan te trekken en op ontdekkingsreis te gaan in ‘rustig-Rhodos’.

Rustig is het in Kritina in ieder geval, ook aan het eind van de ochtend. De lokale supermarkt heeft precies één bezoekertje, een jochie dat een ijsje komt halen. Wel vers brood, dus we slaan gelijk goed in. In zo’n vier uur willen we deze 12,7 kilometer lange tocht lopen, liefst met een lunchstop met zeezicht. En dus proppen we onze rugzak vol met flessen water, brood plus beleg en koekjes, op alles voorbereid.

Stinkende bloemenpracht
Drakengeur
We koesteren goede herinneringen aan deze tocht. We lopen vrij vlot het dorp uit en beginnen dan aan een lange afdaling richting de kust, slingerend door de vallei. We wandelen langs boomgaarden waar in het voorjaar nog niet veel oogstbaars te vinden valt, maar waar wel allerlei veldbloemen de boel flink opfleuren.  Als we even stil blijven staan voor een paar foto’s ruiken we een verrottingsgeur. Liggen hier vruchten van vorig jaar te vergaan? Nadere inspectie wijst uit dat de lucht van bederf afkomstig is van de Drakentong-lelie, die bloeit met een paarsrode, in het oog springende bloem. De geur is bedoeld om vliegen te lokken, die zo zorg dragen voor de bestuiving. Kennelijk werkt het goed, want we zien (en ruiken!) er heel wat tijdens deze tocht.

Geen strandbedjes hier
Zeezicht
We volgen de slingerende zandweg en lopen zo richting de kust. Een verkoelend windje vanuit zee veraangenaamt deze tocht, waarvan we de eerste kilometers haast fluitend afleggen. Na drie lussen krijgen we zicht op de zee en een paar (meest onbewoonde) eilandjes die daarvoor liggen: Strongili, Makri, Alimnia, Atrakousa en Chalki. We weten dat daaronder ergens een kiezelstrand ligt, waar we met de voeten zelf kunnen voelen hoe verkoelend de zee is, dus we stappen dapper door, tot we dan eindelijk oog in oog met het water staan.
Het keienstrandje is smal, de smalle steenslagweg erlangs lijkt her en der wat verstevigd. Zou er hier ooit wel eens een voertuig langs komen? Als je zo zit te genieten van de rust en stilte kun je het niet voorstellen!

De heuvels in
Als de maag weer is gevuld en de voetzolen zijn gekoeld, gaan we weer verder. We lopen rond een klif en komen zo op een volgend strandje. Ter hoogte van de resten van wat waarschijnlijk ooit een huis is geweest, nemen we het smalle pad dat links langs de helling omhoog loopt, steeds dieper de vallei. Dat is in meerdere opzichten een adembenemende ervaring. Niet alleen is het prachtig om op deze manier door te dringen in het groen, maar het pad stijgt ook behoorlijk steil. Aangezien het op sommige plaatsen nogal overgroeid is, waardoor we ons een paar keer een weg moeten banen door de struiken, moeten we twee keer tussentijds stoppen om even op adem te komen. 

Kastello Kritinia
Toen de Johannieter ridders, een kerkelijke orde, in 1309 uit Jeruzalem werden verdreven, vestigden zij zich op Rhodos. Vanuit hun verbondenheid met de katholieke kerk voelden zij zich geroepen om de oprukkende islam in de oostelijke helft van het middellandse zeegebied een halt toe te roepen. En daarvoor leek Rhodos, vlak voor de Turkse kust, de perfecte plek. Het eerste wat de ridders deden was het bouwen van een serie forten langs de kust, gelegen op strategische plaatsen, met weids uitzicht op het omliggende land en de zee. Zo kon de komst van vijandige troepen altijd snel worden gesignaleerd. Bovendien konden ze met rook- en vuursignalen met elkaar communiceren. Hoe de ridders al het bouwmateriaal en de benodigde mankracht op deze hooggelegen plaatsen hebben gekregen is nauwelijks voor te stellen.

Rustig aan en veel uitrusten!
Rustig genieten
Dan wordt het tijd voor de laatste etappe, terug naar Kritinia. Opnieuw naar beneden, de vallei in, waar we op de bodem een smal stroompje passeren. En dan weer omhoog, want ook het dorp ligt op een aardige hoogte. We wandelen tussen boerderijen, huizen en schuren door, kietelen een ezel achter zijn oor en naderen zo de bewoonde wereld. Een erfhond (gelukkig aan de ketting) blaft hartstochtelijk naar ons, een kind stept voorbij en verderop rust een in zwarte kleding gestoken vrouw uit op een muurtje. Hier is het leven rustig en nog echt Grieks, zonder merkbare invloed van het toerisme dat op andere plaatsen  op het eiland ’s zomers voor zoveel drukte zorgt. Hoog tijd voor twee halve liters Mythos op het dorpsplein, tussen de loko’s.

Dit is wandeling 2 uit de gids Wandelen op Rhodos. Kijk op www.wandelenoprhodos.nl voor meer informatie. Daar vindt u ook de routebeschrijving van een andere wandeling uit deze gids.

Deze blog is een verkorte versie van een artikel dat eerder verscheen in Griekenland magazine.  


woensdag 24 februari 2016

Wandelen in de Vogezen: the only way is up (en weer down)!

Twee- en viervoeters op de route
Je weet natuurlijk waar je aan begint als je naar de Vogezen in Frankrijk afreist. Dat is wandelen met een aardige aanslag op de kuitspieren. Niks ergs aan, we zijn tenslotte hier gekomen vanwege de bergtoppen. Dit is immers de eerste plek (vanuit Nederland en België gezien) waar je boven de boomgrens komt. We kiezen voor een tocht langs stuwmeertjes en over de open velden bovenop de bergen. Daar boven ontmoeten we nog een paar robuuste viervoeters die totaal niet verlegen blijken. Verslag van een top-tocht!


We zijn niet de enigen die deze zonnige dag hebben uitgezocht voor een mooie tocht langs de hellingen tussen Col de la Schlucht en de Col de Bonhomme. Maar vooralsnog wel de enigen die driftig aantekeningen lopen te maken. We willen tenslotte terug komen met een goede routebeschrijving! Het weerhoudt ons er niet van te genieten van al het moois dat het gebergte in noordoost Frankrijk ons te bieden heeft.

Lac Vert: groene oase
Stuwmeren 
We hebben gekozen voor een wandeling van krap 15 km, die ons langs vier verschillende stuwmeertjes zal voeren. Door de valleien tussen de bergtoppen kronkelen heel wat riviertjes. Een paar daarvan zijn afgedamd om zo stuwmeertjes te vormen. Op die manier wordt stroom gewonnen en ontstaan er sierlijke waterplassen met schilderachtige namen als Lac Vert, Lac Noir, Lac des Truites en Lac Blanc. We zijn benieuwd of we al die kleuren er ook in terug zien. In ieder geval doet het Lac Vert flink zijn naam eer aan door de weerspiegeling van de omliggende bossen.

Dagwandelaar in hout
Voorzieningen genoeg
Een niet onbelangrijke meerwaarde van deze route is dat je op meerdere plaatsen voorzieningen vindt om de inwendige mens te versterken, dan wel even op adem te komen. Zo is er na een klimmetje na het Lac Vert zowel horeca als een mogelijkheid om te overnachten, voor mensen die een meerdaagse trektocht maken. Wij zijn nog fit, schuiven het idee van koffie met bosbessentaart nog even voor ons uit en vervolgen ons pad, aangemoedigd door een houten mannetje met - net als wij - een dagrugzak. Duidelijk ook een One Day Walker!
We slingeren verder door de bossen, op weg naar het volgende meer. We lopen nu nog redelijk vlak, min of meer aan de voet van een steile berghelling waar we straks - psychische voorbereiding! - tegenop moeten om de weidse hoogvlakte boven de 1.000 meter te bereiken. Weidse uitzichten verzekerd vandaag, de lucht is blauw en vooralsnog geen wolkje te bekennen dat onze nazomerpret zou kunnen verstoren.

Hobbiton in de Vogezen
Hobbit-land
De vallei rond het Lac des Truites (forellen) ligt er vredig bij in het zonnetje. Groene, glooiende grasvelden, in de verte kringelt de rook uit het dak van wat later een café blijkt te zijn. Het heeft wel iets weg van Hobbiton, de filmset van het Hobbitdorp uit de Lord of the Ring-films. Hier lopen alleen geen kleine mannetjes en vrouwtjes rond met grote, blote voeten, maar wandelaars met stevige bergschoenen. Een enkeling heeft een serieuze stok bij zich, waarmee hij straks de helling te lijf gaat. Wij bezorgen ons alvast wat extra energie met eerder genoemde taart en koffie.

Blonde stoot bovenop de berg
Hoogtepunt
Dan begint het betere klimwerk. Via een hekje bereiken we de voet van een pad dat alles bij elkaar een kilometer lang is en steil omhoog gaat. Niet geschikt voor wie last heeft van kortademigheid, het is echt even bikkelen. Licht ontmoedigend ook, als we halverwege voorbij worden gerend door twee kinderen, die schaterend en joelend zich een weg omhoog zoeken. Uiteraard kunnen ze dat omdat ze geen rugzakje omhoog slepen, zoals wij. Of zou het toch zo zijn dat de jaren gaan tellen?
Jaren of niet, op ons eigen tempo halen we dan toch het punt waarop de klim uitkomt bij de hoogvlaktes waarvoor we deze tocht ondernomen hebben. De Gazon de Faite en de Gazon du Faing liggen er zonnig en vredig bij, met inderdaad nauwelijks een boom te bekennen. We worden begroet door een groepje semi-wilde paarden, robuuste grazers die zeer geïnteresseerd zijn in die hijgende tweevoeters die hun domein betreden. Met oprechte belangstelling voor eventuele wortels of appels uit onze rugzak worden we begroet. Helaas voor hen, we travel light. Maar een aai en knuffel wegen niks, die kunnen er altijd wel af!

Lac Noir oogt duister
Nog meer
Na de innige ontmoeting met onze nieuwe paarden-vrienden vervolgen we onze weg, op naar het Lac Noir en lac Blanc. Klein minpunt in het geheel is dat we daarvoor weer deels afdalen, en straks opnieuw omhoog moeten. Het Lac Noir glinstert ons duister tegemoet. Het water oogt niet alsof er veel leven in zit, maar oogt wel zwart. Op de oever ligt een restaurant, waar het ongetwijfeld aangenaam toeven is, met zicht op het water. Wij gaan door. Wat heeft het Lac Blanc ons qua kleur te bieden? Wit van het badschuim? Dat blijkt toch weer anders, het is vooral helder water. Lac Gris zou ook toepasselijk zijn geweest.

Einde oefening
Schoenmoeheid
We maken opnieuw een flinke klim om terug te keren naar de hoogvlaktes. Vanaf dan is het heel wat minder zwaar. We volgen op de hoogvlaktes een pad dat ons in vier vrijwel vlakke kilometers terugbrengt naar ons startpunt. Onderweg vergapen we ons aan de uitzichten en de steile kliffen. Beneden zien we stuwmeertjes waar we eerder liepen. We zwaaien naar 'onze' paarden, naar Hobbiton en krijgen zicht op de parkeerplaats waar we vanochtend begonnen zijn. Gelukkig maar, want de moeheid begint toe te slaan. Vlak voor we bij de auto zijn, zien we een paar wandelschoenen aan een paaltje hangen. De zolen hebben losgelaten en de eigenaar heeft kennelijk de wandel-moed opgegeven. Als een soort waarschuwing bungelen ze nu een beetje in de wind. Als je ter plaatse komt en ze hangen er nog: laat je niet ontmoedigen. Onze schoenen 'doen' het nog gewoon na deze prachtige tocht!

Dit is wandeling 3 uit Wandelen in de Vogezen, een gids met tien rondwandelingen op en rond de bergrug. kijk op www.wandelendevogezen.nl voor meer informatie. Daar vind je ook een routebeschrijving van een van de andere wandelingen uit de gids.
Let op: deze gids is niet te koop via de boekhandel, maar alleen via www.onedaywalks.com.
  

woensdag 20 januari 2016

Uitzicht over het Tramuntana gebergte op Mallorca


Zicht op Bunyola
Bunyola ligt er rustig bij op deze mooie ochtend. Sowieso is het niet echt een van de populairste toeristenplaatsjes op Mallorca, maar vandaag lijkt het wel of ook een groot deel van de inwoners elders is. Wat ons betreft geen bezwaar, het versterkt alleen maar het gevoel dat we iets 'anders dan anderen' doen. Want Mallorca is een populaire bestemming voor een strandvakantie, wandelaars zie je hier in het binnenland een stuk minder. En als ze er al zijn, dan bevinden ze zich in ieder geval niet in Bunyola. Daar gaan we wat aan doen! Op pad voor wandeling 2 uit onze gids Wandelen op Mallorca. 

We verlaten het dorpsplein bij de kerk en gaan via de Carrer Mare de Déu de la Neu richting de trappen van de Carrer de la Luna (alleen die naam al!). Daar zetten we de eerste stappen omhoog, weg uit de bewoonde wereld, op weg naar de top Penyal d'Honor. Een blik achterom, over de rood-bruine daken van de huizen en dan voorwaarts mars!

Even een versterking

Omhoog
Dat 'mars' valt al snel tegen, want we stijgen flink. Ons pad, sporadisch gemarkeerd met een houten paaltje en bordje, slingert omhoog, passeert een oude kalkoven en blijft de hoogte in gaan. Na een uur klimmen bereiken we de eerste bergtop, op 544 meter hoogte. Mooie plek voor een pauze, dus de waterfles en de meegebrachte donuts worden te voorschijn gehaald. De lucht is nog nevelig, maar rond de middag zal die verdwenen zijn, zo belooft het weerbericht. We'll see!

Uitzicht vanaf de observatiehut
Topprestatie
Met deze suiker-boost achter de kiezen kunnen we met nieuwe energie verder. Op naar de volgende bergtop. We slingeren soms met haarspeldbochten omhoog, er lijkt vooralsnog geen einde te komen aan ons pad. Tot we opeens op een houten wegwijzer stuiten die ons links af stuurt naar de Penyal d'Honor. Nog even doorbijten en dan bereiken we een observatiehut van de brandweer die hier zomers de wacht houdt. Nu is hij onbezet en hebben we het wonderschone uitzicht over het Tramuntana-gebergte helemaal voor ons zelf. Mallorca, wat ben je mooi vanaf 805 meter!

Daar hangt iemand!
Creatief met bergen
We zijn vandaag nog geen andere wandelaars tegen gekomen, kennelijk is dit stuk van het gebergte wat minder in trek bij wandelaars. Mallorca kent zijn eigen GR, de 221, die van west naar oost loopt, 140 km lang. Maar dit stukje van de Serra de Tramuntana doet hij niet aan.
We beginnen aan de afdaling, die net als de weg omhoog op sommige punten behoorlijk steil is. Verderop lopen we een stukje door het bos, waarna we uitkomen bij een kloof, met aan de overkant een steile rotswand. Daar hangt een man iets engs te doen, waar je spontaan hoogtevrees van krijgt als je 'm bezig ziet. We zien een staalkabel, horen hem hameren om zijn weg omhoog verder te zekeren. Vast heel veilig en verantwoord, maar we wachten toch maar niet om te zien of het niet toch nog ergens fout gaat.

Holbewoning in de 21ste eeuw
Holbewoners
Bergen zijn niet alleen om over heen te wandelen of om tegenop te klimmen, je kunt er ook in wonen. Natuurlijk deden de holbewoners dat al, maar ook in modernere tijden worden de grotten nog steeds benut. Althans dat lijkt het geval bij een heuse grot-woning, een soort huis in de berg waar we langs komen als Bunyola alweer in zicht komt. Sa Cova - zo heet het huis - is bewoond en ziet er goed onderhouden uit. Ongetwijfeld nogal donker binnen, maar wat geeft dat in een land waar je negen maanden van het jaar hoofdzakelijk buiten bent?

Dropjes
Vanaf de toerit van Sa Cova lopen we naar een stoffige grindweg die richting de bewoonde wereld leidt. Na een paar huizen bereiken we een smalle asfaltweg. En net op het moment waarop je denkt dat je echt natuurschoon vanaf nu wel kunt vergeten, staan ze daar - nota bene in de berm - te pronken: bee orchids. Stoer en fris, alsof ze de paar passerende auto's uitdagen. Deze variant heeft wel hele zwarte knoppen, waardoor het lijkt alsof er dropjes aan de frisgroene steeltjes hangen in plaats van bloembladeren. Op je buik liggen in een berm trekt bekijks, maar dat weerhoudt ons er niet van om een fotosessie te wijden aan deze orchideetjes. Alles voor het boek!

Zo bereiken we na bijna 6 uur (als je normaal doorloopt is het maar 4 uur!) Bunyola weer. De rust van vanmorgen is inmiddels verdwenen. Auto's rijden rond de kerk, een bus toetert als hij optrekt. Die levendigheid heeft zo zijn voordelen: bij het café aan de overkant wappert nu een vlag: dos café por favor!

P.s. Eenmaal terug in Nederland blijkt dat we niet naar de top van de Penyal d'Honor zijn geklommen, maar net er naast.... Nou ja, ook mooi!

Dit is wandeling 2 uit Wandelen op Mallorca, een gids met 21 rondwandelingen. Kijk op www.wandelenopmallorca.nl voor meer informatie. Daar vind je ook de routebeschrijving van een andere route uit deze gids.